Brandnetelgier

Een aantal planten kunnen best wat extra voeding gebruiken in de tijd dat ze vrucht gaan zetten. Het best is dit toe te dienen door wat organische mest rond de betreffende plant te scheppen, zodat de voedingstoffen geleidelijk in de bodem kunnen sijpelen. Het is echter als je midden in de stad woont nogal een gedoe om een vracht stalmest in de tuin te krijgen en bovendien zullen de buren misschien niet zo gelukkig zijn met je dampende voorraadje.

Om die reden laat ik in een hoekje van de tuin brandnetels welig tieren. Het hoekje zal niet groter zijn dan 1,5 vierkante meter. In mei oogst ik de brandnetels en doe ik ze in een cement kuip waarna ik ze ruim onder water zet.
Doordat de brandnetels nu gaan gisten ontstaat gier, een voedzame vloeibare meststof. Het vereist niet meer werk dan dagelijks even door de kuip roeren. Na zeven tot veertien dagen bubbelt het niet meer als je roert en dan is de gier klaar. De gier kan dan gezeefd en opgeslagen worden. Ik gebruik hiervoor van die plastic 1,5 liter melkflessen, maar een jerrycan zou ook kunnen. De overgebleven plantenresten kunnen op de composthoop of ergens in de tuin waar voeding welkom is.

Hoekje voor brandnetels
Hoekje voor brandnetels

Na de oogst in mei laat ik de nieuwe brandnetels die op dezelfde plaats opkomen vrolijk groeien. Vlinders en vogels zijn er blij mee en zo weet ik zeker dat er weer zaad in de grond terecht komt voor het volgend jaar.

De gier kan in een 1:10 verdunning bij planten worden gegoten. Daarvoor gebruik ik een Druppelbemester. Als de gier al erg lang staat dan kun je beter wat meer verdunnen, bijvoorbeeld 1:20. Daarnaast is de gier in een grotere verdunning, ongeveer 1:25 bruikbaar als sproeimiddel tegen bladluis.


Rubrieken:




Tip: